‘Hoe zou het landelijk gebied er in 2050 uit kunnen zien’, en ‘hoe zou daarin goed geboerd kunnen worden?’ Die vragen staan centraal in de publicatie Toekomstbeelden voor de landbouw. Hierin verkent het College van Rijksbouwmeester & Rijksadviseurs, met kennis en reflectie van Wageningen University & Research (WUR) en Deltares, mogelijke ontwikkelrichtingen voor landbouw en landelijk gebied. Het College wil het gesprek verbreden: van stikstof, normen en regelingen naar gebiedskwaliteit, boerenvakmanschap en de randvoorwaarden die nodig zijn om verandering samen mogelijk te maken.

De publicatie verschijnt op het moment dat de stikstofaanpak in de Kamerbrief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw en het Concept Ontwerp-Natuurplan op tafel liggen. De eerste stappen zijn gezet, maar de aanpak wordt pas succesvol als zij meer doet dan emissies reduceren en vergunningverlening herstellen. Natuurherstel is immers een ruimtelijk vraagstuk; landbouwbeleid is landschaps-, water-, bodem-, voedsel- en economisch beleid tegelijk. De echte toets is of gebieden er als geheel op vooruitgaan: met robuuste natuur, schoon en voldoende water, vitale landbouw, herkenbare en biodiverse landschappen en een eerlijk verdienmodel voor boeren die publieke diensten leveren. Dat vraagt om samenhang binnen het Rijk, samenwerking met kennisinstellingen, een zorgvuldige gebiedsgerichte aanpak en uitvoeringskracht in de regio.

Met de publicatie wil het College het debat over de toekomst van de landbouw voeden met een positief en ruimtelijk perspectief. Dat is juist nu de stikstofaanpak in de Kamerbrief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw en het Concept Ontwerp-Natuurplan op tafel liggen belangrijk. De eerste stappen zijn gezet. De precieze betekenis van zones, normen, grondinstrumenten, natuurherstel en ketenafspraken zal de komende jaren in gebieden moeten worden uitgewerkt.

Toekomstbeelden geen illustratie achteraf

Het College roept daarbij op om van toekomstbeelden geen illustratie achteraf te maken, maar een richtinggevend instrument voor uitvoering. Beelden kunnen helpen om het gesprek breed te voeren. Niet alleen om een voorstelling te kunnen maken van de toekomst van 2050 of 2080, maar ook om keuzes zichtbaar en bespreekbaar te maken.

In de publicatie Toekomstbeelden voor de landbouw worden zes generaties agrariërs tussen 1930 en 2080 geportretteerd. Elk van deze generaties werd of wordt met forse veranderingen geconfronteerd. Het toont dat de Nederlandse landbouw vaker ingrijpend veranderde. Dat ging niet zonder pijn of verlies, maar ook niet zonder ondernemerschap, innovatiekracht, en samenwerking . De beelden geven een voorstelling van een toekomst, die anders is dan nu maar die tegelijk op een nieuwe manier aantrekkelijk, biodivers en een economische drager voor de landbouw kan zijn.