Optoppen, aanbouwen en uitplinten van meerlaagse woongebouwen uit de jaren ’60, ’70 en ’80 bieden grote kansen om tegemoet te komen aan de woningbouwopgave binnen bestaand stedelijk gebied. Een aanzienlijk deel van deze voorraad is relatief onaangeraakt gebleven, terwijl juist hier verschillende opgaven samenkomen. Gebouwen vragen om onderhoud, renovatie en verduurzaming, en tegelijkertijd is er behoefte aan woningtoevoeging, verschillende woningtypes en versterking van de leefomgeving.
In opdracht van het College van Rijksbouwmeester & Rijksadviseurs en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft ontwerpbureau Groothuijse de Boer onderzocht hoe optoppen, aanplakken en uitplinten kunnen bijdragen aan verdichting met ruimtelijke kwaliteit. De publicatie bundelt ontwerpprincipes, kansrijke gebouwtypologieën en ruimtelijke aandachtspunten voor de uitbreiding van bestaande meergezinsgebouwen uit de jaren ‘60, ‘70 en ‘80.
Voortbouwen op wat er al is
Doorsnede-denken is een benadering waarin de doorsnede wordt ingezet als een manier om de bestaande stad te lezen en verder te denken. Niet het afzonderlijke gebouw, maar de samenhang tussen gebouw, gebruik en stedelijke ruimte vormt daarbij het uitgangspunt. Vanuit de doorsnede wordt zichtbaar hoe verschillende ruimtelijke lagen zich tot elkaar verhouden en waar binnen die samenhang ruimte ontstaat voor toevoeging en verandering.
Deze manier van kijken maakt de stad leesbaar als een gelaagde structuur die zich voortdurend in de tijd ontwikkelt. Bestaande gebouwen en stedelijke structuren worden daarbij niet beschouwd als een afgerond geheel, maar als een toestand binnen een langer proces van verandering. Verdichting vormt vanuit die benadering geen uitzondering of verstoring, maar een volgende laag die voortbouwt op wat er al is.

Beeld: © Groothuijse de Boer