Het gebruik van het begrip ruimtelijke kwaliteit in het rijksbeleid gaat gepaard met de ambitie om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren.
Het sluit aan bij Europese initiatieven zoals de Verklaring van Davos en het New European Bauhaus. Nederlandse ambtenaren gebruiken tegenwoordig vaak het begrip omgevingskwaliteit, internationaal is de term Baukultur gangbaar.

De internationale Verklaring van Davos, die begin 2018 is ondertekend door onder meer de Europese ministers van Cultuur, beoogt met het streven naar een bouwcultuur bij te dragen aan een betere leefomgeving. Na een lange periode van decentralisatie richt het nationale rijksbeleid zich in Nederland nadrukkelijk op het streven naar een ‘mooie en toekomstbestendige leefomgeving'.

In dit artikel wordt ingegaan op de oorsprong en ontwikkeling van het begrip ruimtelijke kwaliteit dat sinds zijn formele introductie in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening in 1988 een centraal thema is in het ruimtelijke beleid; in tal van nota’s, wetten, adviezen en onderzoeken. Sindsdien zijn er verschillende pogingen ondernomen om het begrip te concretiseren en te beoordelen.