Flexibiliteit kan ook tot stand gebracht worden door tijdelijke bewoning (bijvoorbeeld door middel van tijdelijke huurcontracten). Tijdelijke bewoning betekent niet noodzakelijkerwijs een tijdelijk gebouw. Misschien vraagt juist een tijdelijk onderkomen om een kwalitatief en permanent gebouw
Van oudsher is het klooster een plek om tot rust te komen voor tijdelijke en permanente bewoners. Een tijdelijk toevluchtsoord voor diegenen die zich enige tijd willen afzonderen – maar ook voor mensen die om een of andere redenen tijdelijk onderdak zoeken. In kloosters worden kleine privèvertrekken verenigd met grotere collectieve verblijven: de refter, de kloostertuin, de kerk. De combinatie tussen eenvoudige appartementen met grote gemeenschappelijke ruimten kan ook in de huidige tijd – waarin een steeds groter deel van de bevolking alleen woont – een prachtige duurzame woonvorm zijn.
Permanente structuur voor tijdelijk bewoning
Het ontwerpteam van Jan Nauta, Tim Peeters en Violette Schönberger onderzocht welke woontypologieën zich het beste lenen voor tijdelijke bewoning. Ze kwamen tot de conclusie dat tijdelijke bewoning vraagt om een permanente en kwalitatieve gebouwstructuur. Bekijk hieronder hun voorstel voor de Spoedabdij, een plan dat in een vast kader onderdak kan bieden aan een wisselende gemeenschap.
In een aantal gemeenten is er een grote woonvraag van zogenoemde spoedzoekers: inwoners van binnen de gemeente voor wie een direct beschikbare (flex)woning een noodzaak is. Vaak, maar niet altijd, zijn tijdelijke uitdagingen de aanleiding: een echtscheiding, schuldsanering of andere problematiek.
Tijdelijke bewoning betekent niet noodzakelijkerwijs een tijdelijk gebouw. Integendeel: voor bewoners die soms veel geschiedenis met zich meedragen is een anonieme omgeving die uitstraalt ieder moment weer te kunnen verdwijnen precies de verkeerde. Een woonomgeving waarvan de samenstelling snel verandert en waarvan sommigen slechts kort deel uitmaken, heeft baat bij een robuust kader als onveranderlijke contour; binnen deze contour kunnen steeds nieuwe (samenstellingen van) mensen worden opgenomen.
De Spoedabdij baseert zich op een model dat in een vast kader onderdak kan bieden aan een wisselende gemeenschap. Kloosters, woonhotels, YMCA en the Student Hotel zijn goede voorbeelden van dergelijke gebouwen. De Spoedabdij is een woongemeenschap met een sterke band met, en actieve functie binnen, een bestaande buurt. Die band krijgt vorm via buurtvoorzieningen, publieke programmering, kennisdeling, en werkgelegenheid. Tegelijkertijd vinden de bewoners via deze voorzieningen aansluiting met elkaar.
Zoals kloosters forellen kweken of bierbrouwen, heeft de Spoedabdij ook een eigen economie in de zorg, maakindustrie of dienstensector. Deze economie helpt bestaande sociale structuren op organische wijze mengen met nieuwkomers, en ontstaat naast een oplossing voor een woonvraag ook een versterking van de levendige dynamiek.
Wonen kan op verschillende manieren met verschillende tijdsduren: er zijn hotelkamers, short stay voorzieningen en ‘normale’ appartementen. Zo veel mogelijk ruimtes zijn gemeenschappelijk: keukens, woonkamers en werkruimtes worden gedeeld. Eigendom en beheer zijn in handen van één organisatie. Dat kan een gemeentelijke instelling of een welzijnsorganisatie zijn, en is al dan niet gerelateerd aan een kerkgemeenschap. Onder de verschillende bewoners ontstaat een gemeenschap met mogelijkheden voor veel verschillende ontmoetingen: binnehoven, collonades, gemeenschappelijke keukens.
