De komende decennia staat Nederland voor ingrijpende ruimtelijke transities, die door sommigen wel worden omschreven als de ‘wederombouw’ van ons land. Dat biedt een uitgelezen kans om ook de ruimtelijke kwaliteit van onze leefomgeving te versterken en verbeteren. Die ruimtelijke kwaliteit staat nu namelijk onder druk. Bezuinigingen en institutionele verschraling hebben geleid tot een geleidelijke afbraak van de ondersteuning voor ruimtelijke kwaliteit die vanaf begin jaren negentig is opgebouwd. Dat terwijl de complexiteit en urgentie van ruimtelijke opgaven juist toenemen.
Tegen deze achtergrond is een hernieuwde, samenhangende inzet op ruimtelijke kwaliteit geen bijzaak maar noodzaak. Vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de gebouwde leefomgeving kan het Rijk hierin het voortouw nemen. Wij adviseren het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in te zetten op de ontwikkeling van een eigentijds nationaal architectuurbeleid, aansluitend op de Omgevingswet en in nauwe samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Nota Ruimte en de bijbehorende uitvoeringsagenda.
Architectuurbeleid
Door architectuurbeleid opnieuw te positioneren als strategisch verbindend instrument tussen nationale ambities, ruimtelijk ordeningsbeleid en lokale uitvoering, kan het Rijk het ambitieniveau verhogen en de gehele bouwcultuur uitdagen hetzelfde te doen. Op die manier kan ruimtelijke kwaliteit haar potentie als publiek belang volledig waarmaken en zo bijdragen aan een duurzame, inclusieve en toekomstbestendige leefomgeving.
Deelonderzoeken
Wij hebben drie deelonderzoeken laten uitvoeren om antwoord te geven op de vraag welke instrumenten het Rijk ter beschikking heeft om ruimtelijke kwaliteit te realiseren; en op welke wijze het medeoverheden beter kan ondersteunen of aansturen in het waarborgen van ruimtelijke kwaliteit binnen de kaders van de Omgevingswet.
In het advies hebben wij onze bevindingen en tien aanbevelingen samengebracht.
Het advies en de drie deelonderzoeken zijn afzonderlijk van elkaar te lezen.