Om te begrijpen in welke vorm gebouwen en buiten-ruimten van de rijksoverheid en internationale  organisaties zich in Den Haag manifesteren, hebben ZUS (Zones Urbaines Sensibles) en Baltussen – Van Schaik De Atlas rijksgebouwen en buitenruimten gemaakt. Op systematische wijze is het ruimtelijk adres van het Rijk in de zo kenmerkende publieke ruimte van straten, lanen, parken en tuinen van Den Haag in kaart gebracht. Op vier verschillende schaalniveaus, van stad tot welkomsthal, maakt de atlas inzichtelijk hoe het vastgoed van het Rijk zich verhoudt tot het ruimtelijke karakter van gebieden in Den Haag en hoe dat het weefsel van de stad juist wel of niet versterkt.

De neutrale weergave van de gebouwen in hun context legt zowel continuïteiten als pijnlijke waarheden bloot. De lijnen van historische vestigingspatronen,  het veranderende ruimtelijke idioom en de toegenomen ruimte voor mobiliteit verklaren de verschillen tussen de gebieden. Een vergelijking toont dat de schaalvergroting van gebouwen gepaard gaat met een afname van de omvang en definitie van de buitenruimte.

Voor een aantal deelgebieden zal het ruimtelijk idioom dus opnieuw moeten worden uitgevonden. Terwijl het klassieke ruimtelijke idioom van parken, pleinen,  straten, lanen, tuinen en passages de basis blijft voor de Internationale Zone, de binnenstad en de omgeving van de Turfmarkt ten westen van CS, vraagt de oostkant van het station, het Beatrixkwartier en ook de Binckhorst, om een nieuwe benadering. Dit nieuwe idioom moet recht doen aan het typisch Haagse en tegelijkertijd op eigentijdse wijze omgaan met de schaal van gebouwen en infrastructuur. Omdat hier ruimte beperkt beschikbaar is, slaagt de toekomstige stad alleen als rijksgebouwen en de publieke ruimte slim worden verweven. Het besef dat rijksgebouwen meer zijn dan een stapel stenen, een grondpositie en een ‘asset’ op de balans, is hierbij voorwaardelijk. Ze vormen namelijk voor een aanzienlijk deel de dagelijkse leefomgeving van de stad Den Haag. De groeiende stad vraagt meer dan vierkante meters voor woningen en werkplekken. Er is ruimte nodig voor ontmoeting, recreatie, gezondheid en natuur: kortom voor een gezond ruimtelijk en vitaal stedelijk weefsel. Deze omgekeerde evenredigheid tussen de omvang van gebouwen en de omvang en de kwaliteit van het publieke domein legt een toenemende problematische verhouding tussen de rijksgebouwen en het stedelijk weefsel bloot.