In deze lezing verkent cultuurhistoricus Marinke Steenhuis de kernwaarden en onderliggende patronen van Den Haag, in opdracht van het Stadsatelier Den Haag. Op basis van drie bestaande cultuurhistorische onderzoeken van SteenhuisMeurs over de buitenruimtes op en rond het Binnenhof, het gebied rond Den Haag Centraal (CID) en het World Forum gebied laat zij zien hoe historische machtsverhoudingen, ruimtelijke structuren en culturele betekenissen doorwerken in het huidige stadsbeeld.

De kernwaarden van (regio) Den Haag
DownloadIdentiteit versus imago
Een centraal thema is het onderscheid tussen identiteit (wie de stad ten diepste is) en imago (hoe de stad wordt gezien), en de constatering dat Den Haag deze twee nog onvoldoende met elkaar verbindt. Steenhuis onderbouwt waarom we in plaats van werken aan een imago de identiteit van de stad beter moeten leren duiden.
Machtsspel
Een terugkerend patroon in de geschiedenis van Den Haag is het machtsspel tussen grote instituties, met wisselende rollen en verantwoordelijkheden. Het Rijk bepaalt vaak het speelveld, terwijl het lokaal bestuur geregeld in een afhankelijke positie opereert en projectontwikkelaars daarvan profiteren. Het gevolg van deze patronen is een extreem snelle doorlooptijd van sloop nieuwbouw in het Haagse stadsbeeld.
Subculturen
Steenhuis benadrukt dat Den Haag geen homogene stad is, maar bestaat uit verschillende ‘dorpen’, sferen en subculturen: van hof- en ambtelijke cultuur tot internationale instituties, van kust- en visserscultuur tot naoorlogse woonwijken en stedelijke jeugdculturen. Deze diversiteit is historisch gegroeid en zichtbaar in landschap, architectuur en gebruik van de openbare ruimte. Volgens haar vraagt dit niet om één gladgestreken stadsverhaal, maar om bewuste keuzes in hoe en waar bepaalde identiteiten worden versterkt. Profilering is daarmee geen marketingvraag, maar een ruimtelijke en culturele opgave: wat wil je waar laten domineren, en wat juist niet?
Gebied rond Binnenhof
Voor het gebied rond het Binnenhof pleit Steenhuis voor het benadrukken van de historische gelaagdheid, het leesbaar maken van overgangen in de stedelijke ruimte en het invoegen van een poëtische laag. Vooral rond Den Haag Centraal wordt zichtbaar hoe ingrepen en uitbreidingen bestaande ruimtelijke logica’s hebben doorbroken, waardoor samenhang, hiërarchie en leesbaarheid van stedelijke ruimtes zijn verzwakt. Het doorbreken van ingesleten patronen kan hierin verandering brengen. Ook voor Den Haag als de stad van vrede en recht schetst Steenhuis een dilemma. Hoewel de stad hiervoor wereldwijd bekend is, wordt het gebied rondom het World Forum steeds meer gekenmerkt door geslotenheid en veiligheidsdenken, waardoor publieke, sociale en culturele betekenissen onder druk staan.
Conclusie
Haar conclusie is dat Den Haag te vaak ontwerpt vanuit vastgoed, functies en vierkante meters, en te weinig vanuit waarden, betekenis en menselijke beleving. Voor de toekomst pleit zij daarom voor een ontwerpbenadering die begint bij onderzoek naar kernwaarden, historische patronen en subculturen, zodat de stad opnieuw kan bepalen voor wie zij er is – en hoe zij als gedeelde stad vorm wil krijgen.