Het team van ZUS, Afdeling Buitengewone Zaken en Baltussen – Van Schaik onderzocht hoe Rijnstraat 8 en de directe omgeving ruimtelijk, programmatisch en maatschappelijk beter benut kunnen worden. De verkenning laat zien hoe het grootschalige rijkskantoor met zijn buitenruimte sterker kan versmelten met het Haagse stedelijke weefsel. Dit start een zoektocht naar synergie die de meerstemmigheid en wederkerigheid tussen Rijk en stad versterkt.
De Rijnstraat is een van de belangrijkste stedelijke routes en een representatieve entree tot Den Haag. Rijnstraat 8 fungeert hierin als poort tot de binnenstad en is bepalend voor de ruimtelijke en symbolische beleving van de Turfmarkt. De materialisering en kleurstelling van het gebouw is hard, afwerend, mist menselijke maat en interactie van gevel met omgeving. Tegelijkertijd staat de kwaliteit en betekenis van deze aan de gracht gelegen plek onder druk. De openbare ruimte voor de entree wordt intensief gebruikt, maar mist condities die passen bij de representatieve en publieke rol van het Rijk. Dit vraagt om het fundamenteel heroverwegen van de relatie tussen Rijksvastgoed en de omliggende stad. Hierbij is specifieke aandacht nodig voor levendigheid, sociale veiligheid en een zorgvuldige balans tussen beweging en verblijf, dynamiek en rust, en verharding en vergroening.
Binnen het ontwerpend onderzoek zijn twaalf scenario’s ontwikkeld, gevoed door een zorgvuldig ingericht participatief proces en vertaald naar concrete ruimtelijke voorstellen. De opgave bestaat uit zowel het inrichten als het programmeren van de doorgang, alsook het beter vormgeven van de wisselwerking tussen gebouw en openbare ruimte, tussen openbaar, semiopenbaar en privé. Programmering zou continu en zichtbaar moeten zijn en exclusiviteit moet worden voorkomen. Drie basisprincipes keren terug: een sterke wens naar passend groen, hoogwaardige en duurzame materialisatie en een betere relatie tussen gebouw en openbare ruimte, waaronder de gracht.
Lucht, licht en ruimte staan centraal bij deze stads-entree en doorgang naar de stad. Deze ruimtelijke kwaliteiten bepalen de beleving van de plek en vormen het uitgangspunt bij de beoordeling van de scenario’s. Ingrepen die deze ruimtelijke openheid aantasten, bijvoorbeeld door versmalling of afsluiting van de ruimte, worden daarom negatief beoordeeld.
Een van de conclusies van het onderzoek is dat de uiteindelijke invulling niet uit één enkel scenario bestaat, maar uit een combinatie van elementen uit verschillende scenario’s. Hierdoor wordt de Haagse meerstemmigheid in de openbare ruimte zichtbaar en tastbaar.
Tijdelijke interventies en kunst in de openbare ruimte en plintzones van Rijnstraat 8 maken het mogelijk de scenario’s in de praktijk te toetsen. Deze experimentele aanpak gaat voorbij aan puur analyseren. Het daadwerkelijk realiseren van ideeën maken stad en gebruiker actief onderdeel van het ontwerpproces.