De Young Innovators van editie 2022 blijken gelijkgestemd in hun strategie. Ze hebben voor hun ontwerpend onderzoek eerst goed gekeken naar wat er al is of wat er ooit was. Dat bleek bij de eindpresentatie die bol stond van verbinding met de bodem, de plek en de maatschappij.
Young Innovators 2022
Zoals elk jaar verrassen de Young Innovators hun toehoorders bij de presentatie van hun onderzoek. Hun vernieuwende ideeën vielen op 13 december 2022 in uiterst goede aarde. Juist ideeën en voorstellen die wat ontregelend werken kregen de handen op elkaar. Zoals een opdrachtgever in het publiek reageerde: ‘Je bent van harte uitgenodigd om verwarring te komen zaaien.’
Het initiatief van het College van Rijksadviseurs heeft voor de achtste keer jonge talentvolle architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten gekoppeld aan grote ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Ze kregen slechts een paar maanden de tijd, maar wel álle vrijheid voor onderzoek en het bedenken van oplossingen. En natuurlijk begeleiding van de rijksadviseurs.
Geschiedenis
Opvallend dit jaar is dat de Young Innovators uitgebreid in de geschiedenis doken. Door eerst de geschiedenis van een plek goed te doorgronden maak je betere afwegingen voor het hier en nu én de toekomst, zo is de gedachte. De eerste presentatie startte bijvoorbeeld met een reis door de tijd op de Veluwe. Veranderingen in recreatie hebben geleid tot een wildgroei aan vakantieparken. Voor de toekomst stelt stedenbouwkundige Johan van Ling recreatielandschap voor in plaats van recreatieparken. Recreëren op voormalige defensieterreinen bijvoorbeeld. ‘Groeten uit de Veluwse boskamers’ is een van de ideeën die hij in de vorm van ansichtkaarten presenteerde.
Recreëren kan ook in het gebouw waarin tegelijkertijd het politiebureau zit. Young Innovator Kasia Nowak ziet zeker nog toekomst voor een jaren’70 gebouw als het Amsterdamse politiebureau ‘De Eenhoorn’. ‘Met culturele voorzieningen onder hetzelfde dak krijgt de politie een ander imago’, vertelde ze. Het kan wat haar betreft ook een zwembad zijn, als je dat grote gesloten gebouw maar verbindt met de omgeving.


Eric Luiten 
Rijksbouwmeester Francesco Veenstra
Zo’n letterlijke verbinding ziet ook architect Nadia Pepels voor zich. De grote rijkskantoren in het gebied De Binckhorst in Den Haag zijn in haar voorstellen zeker geen eilandjes. Pepels onderzoekt al tekenend en is met haar ruimtelijke beelden onder de arm gaan praten met mensen in het gebied. ‘Zo kwam ik op het idee van een soort tussenruimtes bij het grote kantoor met allerlei functies.’
Alles uit de kast
Vergeleken met herbestemmen zou je kunnen denken dat nieuwbouw toevoegen eenvoudig is. Niet per se in Nagele. Bureau Dérive haalde alles uit de kast om dit unieke dorp in de Noordoospolder van ideeën te voorzien voor de gewenste uitbreiding. Onder meer een wandeling met inwoners leverde een stortvloed aan ideeën op om het mooie te behouden en nieuwe woningen te bouwen.
Ook landschapsarchitect Charlotte van der Woude was actief in de Noordoostpolder. Onder de titel ‘Rijk Boerenland’ onderzocht ze hoe het gaat met boerderijen op rijksgrond. De oude bodem van de Zuiderzee biedt dan oplossingen. Een boer blijkt bijvoorbeeld te werken bovenop voormalig strand. Met het planten van nieuwe struiken en bomen probeert hij het stuiven van zand tegen te gaan.
Dat planten heeft dan weer een link met het onderzoek van Young Innovator Berte Daan naar Agroforestry. Zomaar bomen planten in het open landschap gaat tegen allerlei regels in. Want hoe moet het dan bijvoorbeeld met de weidevogels? Met innovatief omgaan met hoe beleid geformuleerd is en hoe dorpsranden gedefinieerd zijn, blijkt volgens de landschapsarchitect veel mogelijk.

Jannemarie de Jonge 

Wouter Veldhuis
Bewondering
Een aantal voorstellen krijgt een vervolg in de praktijk. Rijksbouwmeester Francesco Veenstra gaf de lichting Young Innovators van 2022 een compliment voor de open manier waarop ze te werk zijn gegaan. ‘Jullie denken niet in hokjes, maar in hechtere samenwerkingen.’ Rijksadviseur Wouter Veldhuis uitte zijn bewondering voor alle tekeningen. ‘Vanuit de hand tekenen is echt wat anders dan al die automatische computertekeningen. Ik vind het de herontdekking van een ambacht.’ Collega-rijksadviseur Jannemarie de Jonge viel hem bij en benadrukte dat goed beeld ook een middel is om het denken te structureren.
Projectleider Carolien Ligtenberg is blij dat de zes Young Innovators echt vernieuwend aan de slag zijn gegaan. ‘Dat blijkt ook uit de nieuwe woorden en uitspraken die ik heb gehoord bij de presentaties’, concludeert ze. Een kleine greep uit de oogst van dit jaar: ‘het is humor om de ridiculiteit van beleid te tekenen’, ‘bij een grillige grens is de kans op verbinding groter’, en ‘hoe ga je het collectief collectief ontwerpen’.
Eindresultaten
Het Nederlandse landschap is een resultaat van eeuwenlang verschillende methoden van grondgebruik, waarbij landbouw van grote invloed is op de inrichting ervan. Nu het huidige landbouwsysteem tegen zijn (klimatologische, technische en sociale) grenzen is aangelopen, wordt gezocht naar een meer regeneratief landbouwsysteem.
Veelbelovend middel
Agroforestry wordt hierin als veelbelovend middel gezien. Dit omdat de aanplant van bomen bodemuitputting, klimaatverandering en verlies aan biodiversiteit kan voorkomen. Ook ontstaan met de aanplant van houtachtige gewassen kansen om een nieuw economisch model voor agrariërs te ontwikkelen.
Belemmeringen
Hoeveel kansen ook, in open landschappen lopen agroforestry-initiatieven tegen verschillende belemmeringen aan. Zo knelt wet- en regelgeving omdat deze de openheid als kenmerkende karakteristiek van dat landschap beschermt. Opvallend is dat bescherming onder die noemer plaatsvindt in relatief jonge landschappen. Als we verder terugkijken, blijken deze open landschappen er natuurlijk vaak anders uit te hebben gezien. Dit roept de vraag op wat we beschermen en daarmee onbedoeld vernieuwing tegenhouden.
Ontwerpend onderzoek
Om de discussie over de ruimtelijke impact van agroforestry in het open landschap beter te kunnen voeren, is in opdracht van Ministerie van LNV en College van Rijksadviseurs door PeetersenDaan een ontwerpend onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek geeft inzicht waar en hoe agroforestry systemen met ruimtelijke kwaliteit ingepast kunnen worden in open landschappen.
Over PeetersenDaan
PeetersenDaan is een stedenbouwkundig en landschapsonderzoeks- en ontwerpbureau met een passie voor zintuigelijke ervaringen en verschil in perspectieven. Een bureau waar met liefdevolle aandacht wordt gewerkt aan ruimtelijke en sociale opgaven.
Het bureau tracht de ruimtelijke essentie en sociologische betekenis van een plek te duiden en deze te vertalen naar ontwerpen die passend en logisch zijn. Ontwerpen die rekenschap houden met de lange termijn en met een poëtische sensibiliteit om het hier & nu te overstijgen.
Hoe kun je met het toevoegen van 300 woningen het dorp Nagele in zijn geheel en het aangrenzende land verbeteren, denkend vanuit het collectieve gedachtegoed waarmee Nagele destijds is ontworpen? Dat is de vraag waar Dérive zich de afgelopen maanden in heeft vast gebeten met hun ontwerpend onderzoek ‘STREEK – tussen dorp en land’.
Richtlijnen uitbreiding
Bij het unieke modernistische dorp Nagele in de Noordoostpolder volstaat geen reguliere verkaveling voor de uitbreiding. De ontwerpers doken het veld in en oogsten bij de Nagelezen wat hun perspectieven zijn op de toekomst van Nagele. In een drukbezochte wandel-workshop kwamen verschillende thema’s aan bod en aandachtspunten naar voren die Dérive heeft vertaald in 5+1 richtlijnen voor de uitbreiding:
(1) Op collectieve wijze het collectief ontwerpen;
(2) Verbeterslag maken op het bestaande Nagele;
(3) Woonopgave koppelen aan landschappelijke;
(4) Versterken en diversifiëren groengebieden;
(5) Verbindende structuren creëren;
(5+1) Verbeeldingskracht inzetten en benutten.
Lijnstructuur
Als verkaveling stellen zij – op de grens tussen dorp en land – een lijnstructuur voor als eenvoudig gebaar en ultieme vorm van gezamenlijkheid, die bij de ritmiek van de polder aansluit en zo de tegenhanger vormt bij de compositie van Nagele. Deze ‘streek’ vormt een nieuw type publieke ruimte voor Nagelezen en kan verschillende vormen aannemen en relaties aangaan door diverse invullingen van het raamwerk; verschillende beukmaten en doorsteken, collectieve functies of private-woonruimtes. Deze structuur is een verwijzing naar de bestaande en bekende typologie van de rijwoning; het vormt eenheid in verscheidenheid door verschillende type woningen te herbergen. Door de repetitieve en aaneengesloten vorm is het een duurzame structuur voor betaalbaar wonen, modulaire houtbouw en het delen van hernieuwbare energie.
Over Dérive
Hedwig van der Linden en Kevin Westerveld werken onder de naam Dérive aan een onderzoek gedreven ontwerppraktijk, opererend tussen architectuur, openbare ruimte, en stedelijke strategieën. Beiden zijn opgeleid als architect aan de TU Delft en hebben ervaring opgedaan bij diverse (inter)nationale ontwerp- en onderzoeksbureaus. Binnen de Nederlandse en Vlaamse context werken ze samen met verschillende partners. In 2022 hebben ze de Talentontwikkelingsbeurs van het Stimuleringsfonds voor Creative Industrie ontvangen. Dérive bevraagt de inrichting van de publieke ruimte, vaak op eigen initiatief. In dialoog en met een luisterend oor schept het bureau lucht in complexe transitievraagstukken. Binnen het vakgebied constateren zij een fragmentatie tussen degenen die bouwen en zij die niet bouwen. Om complexe transitieopgaven aan te gaan hebben we juist beide nodig: zowel uitvoerende macht als een reflectieve praktijk vol verbeeldingskracht. Dérive positioneert zich op het snijvlak en wil de twee op nieuwe wijze verweven.
Met meer dan 60.000 werknemers is de politie de grootste werkgever van Nederland. De politie bezit veel vastgoed, waarvan een groot deel in de bestaande stad. Veel van deze gebouwen bewegen niet mee met de tijd. Ze zijn verouderd, te groot, te duur, niet flexibel en niet geschikt voor de toekomstige manier van werken. Wat doe je met een verouderd politiebureau op een binnenstedelijke locatie? Hoe kan de politie een zichtbaar onderdeel worden van de stad en samenleving? En op welke manier kan de transformatie van een politiebureau een bijdrage leveren aan bredere maatschappelijke vraagstukken?
Transformatie als transitie
Dit onderzoek richt zich op ‘De Eenhoorn’, een politiekantoor in de Watergraafsmeer in Amsterdam. Omringd door de dynamiek van een groeiend Amsterdam, wachten de politie en het gebouw op sturing en richting voor de komende decennia... De transformatie van het gebouw wordt aangegrepen als middel om de transitie van de politie als organistatie een gezicht te geven; van gesloten en defensief, naar open en als integraal onderdeel van buurt en stad.
Vernieuwend perspectief
Vier modellen -MIX, DUO, PLINT en OFFSET- bieden elk een vernieuwend perspectief op de positie van de politie in de maatschappij en schetsen een beeld van een mogelijke toekomstige manier van werken, leren, ontmoeten, ontspannen en creëren.
Over Obscura
In 2018 richtten Katarzyna Nowak en Jens Jorritsma studio OBSCURA op. Ze werken aan projecten op het raakvlak van architectuur en stedenbouw. Kenmerkend in hun werk is de verkenning van de relatie tussen bebouwd en onbebouwd, een fascinatie voor de bestaande stad en projecten met sociaal maatschappelijk belang.
Katarzyna is architect. Ze won in 2016 met haar afstudeerproject ‘Art in context’ de Archiprix. Finalist Prix de Rome 2018 met het project ‘Vrijhaven’. Verder geeft zij les aan de Academie van Bouwkunst in Rotterdam en de Kunstacademie in Den Haag.
Jens is stedenbouwkundige, planoloog en docent. Werkte voor diverse ontwerpbureaus aan projecten op het raakvlak van stedenbouw en landschap. Bedreven in het ontwerpen met klimaat, water en ondergrond. Docent aan de Academie van Bouwkunst in Rotterdam en Amsterdam, Hogeschool en Erasmus Universiteit.
Hoe kan de ontwikkeling van het vastgoed van en rondom de RVB bijdragen aan en profiteren van een levendig Binckhorst en omgeving?
De gebouwen van het Rijksvastgoedbedrijf liggen aan het spoor, op de rand met Voorburg en aan de rand van de Binckhorst. De voormalig KPN panden hebben samen een oppervlakte van ruim 40.000 vierkante meter (bvo). De aankoop past in het beleid van het Rijksvastgoedbedrijf om gebouwen in eigendom te hebben uit kostenoverwegingen en om onze gebouwen te verduurzamen. De gekochte objecten betreffen ‘De Haagse Veste IV’, zo’n 38.000 vierkante meter (bvo) kantoor. En met ongeveer 2.600 vierkante meter (bvo) bedrijfsruimte de Grote Beerstraat 34. De gebouwen staan op dit moment leeg en moeten eerst worden gerenoveerd voordat ze in gebruik kunnen worden genomen.
Integrale aanpak
Binnen beperkte ruimte moeten we verschillende maatschappelijke vraagstukken oplossen: voldoende (betaalbare) woningen, klimaatadaptieve en gezonde omgeving, hergebruiken van bestaande panden. Dit vraagt om een integrale aanpak. Het mengen van functies zoals (collectief) wonen, werken en maatschappelijk programma kan bijdragen aan een geïntegreerde benadering. Daarnaast kan functiemening helpen in het faciliteren van gemeenschapsvorming, milieu en stedelijkheid. Het vastgoed van het rijk kan in tijdelijke en permanentere ontwikkeling bijdragen aan de huidige maatschappelijke opgaves.
Over Nadia Nena Pepels
Nadia Nena Pepels (architect, TU Delft) ontwerpt en ontwikkelt ideeen vanuit een menselijk oogpunt voor de transitieopgave in stedelijke gebieden. De handtekening wordt in het gehele proces als onderzoeks-, communicatie-, en ontwerp middel gebruikt om dieper inzicht te krijgen in de opgave. Vanuit de gelaagde analyse, komt ze tot een gedragen plan op verschillende schaalniveau’s.
Door verhalende, zachte kaarten te maken die de sociale ecologie van plekken weergeeft, biedt Nadia een gelaagd uitgangspunt voor nieuwe ontwikkelingen. Rondom de tekening gaat ze in gesprek met bewoners, ondernemers, stakeholders, opdrachtgevers en betrokkenen over hun beleving en behoefte van de plek.
Nadia deed werkervaring op bij verschillende bekende architectenbureau’s in Rotterdam en Amsterdam. Sinds 2021 werkt ze met haar studio aan projecten hoofdzakelijk in de regio Rotterdam en Den Haag.
Om een beeld te krijgen van het ‘park van de toekomst’ heeft VOIDS in 2022 voor Vitale Vakantieparken een ontwerpend onderzoek gedaan naar de toekomst van recreatie op de Veluwe.
Vitale Vakantieparken is een samenwerking van elf Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland. Samen met de recreatiesector en andere partners werkt Vitale Vakantieparken aan diverse vraagstukken rond vakantieparken.
Verbinding
Na een grondige historische analyse van het vakantiepark wordt in dit onderzoek de fundamentele vraag gesteld: is het huidige vercommercialiseerde vakantiepark nog wel flexibel genoeg om in te spelen op de vraag van de recreant, de lokale gemeenschap en het landschap van de Veluwe? Door middel van een representatieve doorsnede van de Veluwe wordt de potentie van een nieuw ecosysteem getoond. Hierin wordt recreatie niet alleen onderdeel van het lokale verdienmodel, maar kunnen recreant, lokale gemeenschap en landschap veel directer in contact met elkaar komen en innig verbonden met elkaar raken.
Zeven lessen
Uit het onderzoek zijn zeven lessen getrokken die in deze leperollo zijn terug te vinden. Vitale Vakantieparken, lokale overheden en (recreatie)ondernemers op de Veluwe kunnen deze lessen gebruiken om samen aan een duurzame toekomst voor recreatielandschap van de toekomst te werken.
Over VOIDS
VOIDS is een jong Rotterdams bureau voor strategie, stedenbouw en landschap dat ontwerpt aan de rechtvaardige stad. Kort na de oprichting wonnen zij de Europan in Risoy, Noorwegen. Met optimisme wordt de complexiteit van elke opgave omarmt om te komen tot plannen met impact. Door ontwerp en onderzoek te combineren ontstaan projecten die zich naadloos voegen in haar context met een subtiele eigenheid die verrast.
Onderdeel van de IJsselmeerpolders was de Noordoostpolder deel van het grootste Rijksproject van Nederland. Onder het strak verkavelde landschap gaat nog steeds een bodem van goud schuil, die miljoenen jaren geleden is ontstaan door afzettingen vanuit kreken en slikken. Deze geschiedenis is de basis dat hier de meest vruchtbare bodems van Nederland zijn ontstaan.
Het ontwerp, de aanleg, het beheer en het wetenschappelijk onderzoek van de polder werd allemaal aangestuurd vanuit één gezamenlijke Rijksorganisatie, maar inmiddels is de positie van het Rijk sterk veranderd. Van de intensieve rol van de Rijksdienst IJsselmeerpolders, via de verkoop van gronden door de Domeinen, tot de huidige zakelijke insteek door het Rijksvastgoedbedrijf. Sinds 2018 heeft het Rijksvastgoedbedrijf het vergroten van de maatschappelijke waarde van gronden weer nadrukkelijk in haar missie opgenomen, waarin het borgen van de bodemkwaliteit een belangrijk onderdeel is.
Bodem onder druk
Want inmiddels staat de bodem van de Noordoostpolder onder druk. De natuurlijke rijping na inpoldering, klimaatverandering en intensieve bedrijfsvoering van het boerenbedrijf zorgen er aan alle kanten voor dat de bodem onze zorg en aandacht verdient.
Vijf aanbevelingen
‘Bodemgoud’ onderzoekt hoe het landschap, landbouw en beleidskeuzes zijn verweven met elkaar en hoe zij van invloed zijn op de staat van de bodem. Dankzij vijf diepte-interviews met verschillende boerenbedrijven is onderzocht hoe het grote verhaal van de polder samenhangt met de schaal van de boerderij. Uitkomst van het onderzoek zijn vijf aanbevelingen vanuit het perspectief van het boerenbedrijf voor de toekomstige ontwikkeling van de Noordoostpolder waarin de kwaliteit van het bodemgoud centraal staat.
Over Charlotte van der Woude
Charlotte van der Woude (1991) studeerde in 2019 af als landschapsarchitect aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam. Haar afstudeerproject 'Nature Is Under Your Feet’ werd bekroond met de eerste prijs Archiprix NL 2020. Het werk is een pleidooi om een plek vanuit de doorsnede te benaderen en toont in die zin haar geloof om te ontwerpen vanuit de bodem en natuurlijke processen.
Inmiddels heeft Charlotte zo'n tien jaar werkervaring opgedaan in het vakgebied bij verschillende bureaus en werkt ze momenteel parttime als landschapsarchitect binnen het centrum van de gemeente Utrecht. Daarnaast werkt ze als zelfstandig landschapsarchitect aan uiteenlopende ontwerpopgaves en werkt hierin graag samen met andere expertises om tot betere plannen te komen. Sinds haar afstuderen is ze tevens actief als gastdocent aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam, waarin ze ook een van de ambassadeurs is voor de opleiding tot landschapsarchitect.