Het netwerk van stadsbouwmeesters kwam 11 juni bijeen in het Rotterdamse Keilepand, midden in het nog ruig ogende havengebied. Het was de laatste stadsbouwmeestersdag voor Francesco Veenstra als Rijksbouwmeester. In september neemt hij na vijf jaar afscheid. Het was tegelijk de eerste voor de Vlaamse Bouwmeester Véronique Claessens. Zij is net een jaar in functie. Met stadsbouwmeester van Gent Peter Vanden Abeele en bijna stadsbouwmeester Jeroen de Willigen van Antwerpen gaf zij een Vlaams accent aan het sowieso al gevarieerde gezelschap van stadsbouwmeesters uit Smallingerland tot Katwijk en Haarlem tot Enschede
Stadsbouwmeesters nemen strategisch positie in. Zij kiezen zelf of ze midden op de markt gaan staan, zoals Rijksadviseur Thijs van Spaandonk bepleit: ‘Daar moeten wij staan, midden in de gemeenschap, want zo kan de stadsbouwmeester de overvloed aan onbenut potentieel in de gemeenschap aanspreken.’ Of iets minder in het hier-en-nu, zoals collega-Rijksadviseur Noël van Dooren schetst: ‘Het zou mij een lief ding waard zijn als we bijdragen aan de meerstemmige kroniek die geschreven wordt. Wij hoeven niet strikt in projecten te denken.’
Hoewel autonoom is hij of zij altijd deel van de samenleving. Stadsbouwmeester Johan Roelofs van Katwijk vanuit de zaal: ‘In mijn eentje? Waanzin. We doen niets alleen. Je doet het altijd vanuit de gezamenlijkheid.’
Generositeit
‘In Vlaanderen zijn we het idee dat architectuur meer is dan aantallen en bakstenen een beetje kwijt’, zegt Claessens. Zij laat een mooie reeks woningbouwprojecten zien waar wel aandacht is voor gemeenschap en leefomgeving. In Wenen het beroemde Karl Marxhof, het project Walden 7 in Barcelona waar Bofill een grote woondichtheid in kleine straatjes organiseert en ook in Barcelona de Coöperatie La Borda, waar 27 gezinnen door veel zelfwerkzaamheid en een gemeentelijke garantie voor een schappelijke huur in het centrum wonen.
‘We hebben generositeit nodig. Laten we niet beknibbelen op vierkante meters in de woningen noch in de publieke ruimte. We hoeven niet op grote budgetten te wachten, we kunnen veel zelf doen.’ Het Moermanpark in Roeselare werd van parking omgevormd tot een klimaatbestendig park met ontmoetingsplekken voor bewoners. In het SportinGenkpark in Genk werd klimaatadaptatie gecombineerd met maatregelen voor meer sociale cohesie. Juist voor zo’n geïntegreerde aanpak in de publieke ruimte staat Claessens. ‘We hebben projecten én langetermijnvisie nog, want projecten zijn ook experimenteermogelijkheden.’
‘Ik zie mij als brugfiguur tussen de bestuurslagen in Vlaanderen. Ik wil inzetten op een transitie-agenda voor een openbare ruimte die meer sociaal geëngageerd is.
In Vlaanderen is zes procent van de woningvoorraad sociale woningbouw, de overige 94 procent is vrije markt. ‘Daar moeten we op ingrijpen. Ook omdat in Vlaanderen een nimby-stemming heerst rondom sociale woningbouw, mensen willen die niet in de buurt. Wij starten een campagne om de perceptie rondom sociale woningbouw te keren.’
Wethoudersenquête
De tevredenheid onder wethouders over de stadsbouwmeesters is groot, blijkt uit een enquête van het CRa onder 141 wethouders in het ruimtelijk domein. Tweederde van de wethouders in gemeenten met een bouwmeester raadt zijn of haar collega’s er ook een aan te stellen. Gevraagd naar de ‘grootste uitdagingen’ van de afgelopen periode, zegt 52 procent zich vooral zorgen te maken over de versnelling en realisatie van de woningbouw, 33 procent ziet het achterblijven van de capaciteit en professionaliteit van de ambtenaren als een probleem en 28 procent noemt betaalbaarheid en het doelgroepenbeleid de grootste zorg.
De enquête was uitgezet onder wethouders in het ruimtelijk domein om op te halen waar zij tegen aan lopen. De antwoorden dienen als input voor een kennismiddag die op 27 november plaatsvindt. Die dag zal ook een gids verschijnen dat gemeenten ondersteund bij het maken van een weloverwogen keuze al dan niet een bouwmeester aan te stellen.
Dat wethouders bezorgd zijn over de professionele capaciteit van ambtenaren komt mede doordat er op de opleidingen weinig aandacht is voor goed opdrachtgeverschap, zegt Veenstra. Qua techniek, ontwerp en innovatie bieden de opleidingen veel, maar in de bemiddelingskant vallen gaten. Om die te vullen, doet de Bond Nederlandse Architecten (BNA) onderzoek naar een opleiding voor advisering ruimtelijke kwaliteit, supervisie en stadsbouwmeester, aldus nu nog bestuursvoorzitter Jeroen de Willigen.
Ontwerpend onderzoek
Jolijn Valk en Dorien de Voogt geven de stadsbouwmeesters een voorproefje van het uitgebreide onderzoek naar de praktijk van het ontwerpend onderzoek in opdracht van de Actieagenda Ruimtelijk Ontwerp en in samenwerking met Platform Ontwerp NL. De gids ‘Ontwerpen aan onze toekomst’ zal eind juni 2026 gepresenteerd worden. Honderd ontwerpend onderzoeken uit de afgelopen tien jaar zijn door experts geselecteerd en geanalyseerd. Verdeeld over Nederland, maar wel iets meer in de Randstad. Het levert een schat aan informatie op.
Voor de stadsbouwmeesters zien de onderzoekers vijf rollen weggelegd in het ontwerpend onderzoek: verbinder, activist, curator, bemiddelaar of ambtelijk vertaler, ambassadeur. Essentieel bij deze vorm van ontwerpen is de ruimte voor het onverwachte: sta open voor onzekerheid.
Wat opvalt is dat de ontwerpers zelf veel investeren in het ontwerpend onderzoek. Het budget is zelden toereikend en de meesten financieren mee in uren en soms met euro’s. Ook opvallend is de gebrekkige archivering. Dat is ontzettend jammer, want zonder goede documentatie gaat opgedane kennis verloren.
‘Ik heb die gids hard nodig, reageert Haarlemse stadsbouwmeester Hanneke Kijne op de presentatie. ‘Geef mij maar een stapel exemplaren, dan ga ik eerst onderstrepen wat belangrijk is en daarna deel ik ze uit onder opdrachtgevers, want zij weten vaak niet echt wat dit type onderzoek inhoudt.’
Versterken bouwmeestersnetwerk
Vier kabinetten in vijf jaar heeft Veenstra in zijn termijn, tot nu toe, meegemaakt. Het waren en zijn geen jaren van heldere keuzes en knopen doorhakken. Veenstra: ‘Het hoogtepunt van ontwerpend onderzoek lag in het tijdperk Rutte. Wij steken nu veel energie in dingen weer op gang te brengen. We werken hard aan het versterken van het netwerk en het aantal bouwmeesters stijgt gestaag. Ik vind dat grote private ondernemingen als ASML ook mee moeten doen. Zij hebben nood aan een bouwmeester. Wij zijn als bouwmeesters onderdeel van de samenleving. Ik zie het als onze opgave om er een solidaire samenleving van te maken.’
Tekst: Marijke Bovens