Het ontwerpend onderzoek wordt uitgevoerd op twaalf locaties, verspreid over Nederland. Door te werken in uiteenlopende typen buurten en dorpen, in stedelijk en landelijk gebied, ontstaat een breder inzicht in publieke familiariteit in verschillende omstandigheden.
Lokale gemeenschap centraal
Binnen het landelijke onderzoek staat op iedere locatie de lokale gemeenschap centraal. Bewoners en lokale partijen vervullen een leidende rol in het onderzoeks- en ontwerpproces in hun eigen buurt. Zij formuleren de locatie-specifieke opgave en bepalen welke verbetering wenselijk is. De buurt treedt daarmee op als opdrachtgever en projecteigenaar. Het onderzoek sluit zoveel mogelijk aan bij bestaande initiatieven, netwerken en lopende ruimtelijke ontwikkelingen.
Buurt in kaart
Op iedere locatie start het onderzoek met het in kaart brengen van de buurt. Informatie over de ruimtelijke structuur, voorzieningen, gebruik en sociaal-demografische kenmerken wordt verzameld. Lopende initiatieven, actieve organisaties en sleutelfiguren worden hierbij betrokken. Dit levert een helder beeld van de ruimtelijke en sociale kenmerken van de buurt op als gedeeld vertrekpunt voor het ontwerpend onderzoek.
Ervaringsonderzoek
Vervolgens staat de ervaring van bewoners centraal. Via een ervaringsonderzoek brengen bewoners, ondernemers en professionals in beeld hoe zij het samenleven in hun buurt beleven. Waar komen mensen elkaar herhaaldelijk tegen? Welke plekken voelen vertrouwd? Waar is juist afstand? Wie voelt zich thuis, en wie minder? Dit onderzoek op locatie maakt zichtbaar hoe publieke familiariteit in de praktijk vorm krijgt en waar kansen liggen om deze te versterken.
Ontwerpvraag
Op basis van deze inzichten formuleert een lokaal team een concrete ontwerpvraag voor de eigen buurt. Dat kan gaan over de inrichting van een plein, het gebruik van een park, de programmering van een buurthuis, de herinrichting van een straat of het beter benutten van bestaande voorzieningen. Steeds staat de samenhang tussen ruimte, gebruik, beheer en programmering centraal.
Ontwerpers werken samen met het lokale team aan voorstellen die ruimtelijke, programmatische en sociale aspecten verbinden. Deze worden ook, in kleinschalige of tijdelijke vorm, uitgevoerd en getest. Dat kan bijvoorbeeld gaan om een andere inrichting van een plein, het aanpassen van looproutes, of het programmeren van terugkerende activiteiten. Deze testfase maakt duidelijk wat er verandert: maken meer mensen gebruik van de plek, blijven zij langer, ontmoeten verschillende groepen elkaar vaker, ervaren bewoners meer herkenning of vertrouwdheid?
Praktijk-tests
Het onderzoek op locatie is actiegericht en iteratief. De praktijk-tests leveren waardevolle inzichten op, waarmee de ontwerpvoorstellen verbeterd worden. Bij deze evaluatie wordt niet alleen gekeken naar de fysieke ingreep, maar ook naar het proces: hoe verloopt de samenwerking, voelen bewoners zich mede-eigenaar, welke rol spelen gemeente en andere partners? Omdat de voorstellen in de praktijk bewezen zijn, is de stap naar verdere of permanente uitvoering kleiner.
Per locatie worden de ervaringen, ontwerpen en resultaten zorgvuldig vastgelegd, samen met afspraken over een mogelijk vervolg. Binnen het landelijke netwerk van deelnemende locaties worden ervaringen gedeeld, zodat locaties van elkaar kunnen leren. Uit de bundeling en analyse van de gezamenlijke resultaten ontstaat inzicht in wat werkt, voor wie, en onder welke omstandigheden. De ervaringen uit de buurten worden gebundeld en vertaald naar concrete inzichten en aanbevelingen voor beleid en praktijk. Zo wordt zichtbaar hoe ontwerpkracht kan bijdragen aan vertrouwd samenleven in uiteenlopende buurten – en hoe bewoners daarin een leidende rol kunnen spelen.