Publieke familiariteit verwijst naar de subtiele vorm van vertrouwdheid die ontstaat tussen mensen die elkaar regelmatig tegenkomen in hun alledaagse omgeving, zonder elkaar persoonlijk te kennen. Het komt met name tot stand door terloopse, subtiele vormen van contact. Zulke ontmoetingen zijn doorgaans kort en vrijblijvend, maar wel betekenisvol. Buurtgenoten worden vertrouwde vreemden.
Waarom van belang?
Alledaagse contacten beïnvloeden hoe mensen hun directe leefomgeving ervaren. De herkenning die erdoor ontstaat draagt bij aan een gevoel van veiligheid en vertrouwen. Dat kan gevoelens van anonimiteit, afstand en eenzaamheid verminderen en verbetert het welbevinden van bewoners. Op basis van dit vertrouwen kunnen bewoners makkelijker contact zoeken met anderen en iemand aanspreken, of iets kleins voor een ander doen. Publieke familiariteit is dus van belang voor het welzijn van buurtbewoners en kan aanmoedigen tot verdere gemeenschapsvorming en alledaagse attentheid.
Is publieke familiariteit maakbaar?
Als we deze vorm van vertrouwdheid actief willen bevorderen, moeten we eerst analyseren hoe en onder welke voorwaarden zij tot stand komt. Publieke familiariteit ontstaat vooral op plekken waar bewoners elkaar met enige regelmaat tegenkomen. Op de routes in de buurt die bewoners dagelijks afleggen en waar alledaagse plekken samenvallen, ontstaan ontmoetingen. Dat kunnen straten, pleinen en parken zijn, maar ook voorzieningen zoals scholen, bibliotheken, sportvoorzieningen en winkels. Niet alleen de fysieke inrichting van zulke plekken speelt een rol, maar ook het gebruik, de programmering en het beheer. Onderzoek wijst op kenmerken die ontmoeting kunnen bevorderen, zoals multifunctioneel gebruik, levendigheid op verschillende momenten van de dag, herkenbare voorzieningen en zorgvuldig beheer.
Tegelijkertijd is nog weinig bekend over de vraag hoe ruimtelijke ingrepen daadwerkelijk bijdragen aan publieke familiariteit en onder welke voorwaarden dat gebeurt. Daarom vormt de relatie tussen ruimte en publieke familiariteit een centrale vraag in het meerjarig ontwerpend onderzoekstraject dat het CRa uitvoert.