Datahonger

Datum: 20 november 2025

Thijs van Spaandonk - Publiek goed

“Zijn datacenters niet eigenlijk de kern van onze democratie?”, vraagt Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving Thijs van Spaandonk zich af. En als dat zo is, wie zijn dan de hoeders van die democratie? Hij pleit voor het beschouwen van data-infrastructuur als een publiek goed. Hij verwijst hiermee naar het boek van filosoof Bonnie Honig, publieke dingen, een pleidooi voor publieke dingen als basis voor burgerschap.

Joost Vos - Zichtbare infrastructuur

Dat sluit mooi aan bij de presentatie van Joost Vos, partner bij Benthem Crouwel Architecten die een datacenter ontwierp op het Amsterdam Science Park: Equinix AM4. Daarvoor verdiepte het bureau zich in de werking van het datacentrum om die zo zichtbaar mogelijk te maken. “Als architect ontwerp je niet alleen de gevel, je moet ook weten hoe de machine werkt.” Hij legt uit dat er twee typen datacenters zijn, namelijk deellocaties en hyperscalers die één gebruiker kennen, en wat datacentra hun klanten bieden, namelijk: connectiviteit, energie, koeling en veiligheid.

Het uitstralen van veiligheid stond voorop: een gracht om het gebouw, loopbruggen om de serverruimtes van de ontvangstruimte te scheiden, toch heeft het een open gevelstructuur die verandert met het daglicht. Het gebouw is zo ontworpen dat het op een later moment getransformeerd kan worden naar kantoren of woningen.

Een datacenter blijft een ‘doos’, erkent ook Joost Vos, maar dit is er wel éen die zo goed mogelijk in de omgeving is ingepast. De restwarmte wordt nu benut voor warmte-koude-opslag voor een naastgelegen gebouw van de Universiteit van Amsterdam. In de toekomst kan die warmte mogelijk voor de omliggende wijk benut worden. Het datacenter in Amsterdam is onderdeel van een breder ecosysteem. Lokale omstandigheden doen ertoe, zoals aanbod van groene energie en drinkwater om te koelen, maar ook de aanwezigheid van bedrijvigheid en kennisinstellingen. Het gaat dus om een combinatie van ruimtelijke factoren die bepaalt of een datacenter slechts een functionele ‘doos’ is (hoe mooi je die ook kunt ontwerpen) of daadwerkelijk waarde toevoegt aan zijn omgeving.

Tot slot laat Joost een ontwerp zien voor een supercomputer gebouw voor de universiteit van Stuttgart, dat maximaal zicht biedt op de computer: publieke infrastructuur dus.

Niels Schrader - Fysieke realiteit van data

Niels Schrader, docent bij de Koninklijke Academie van Beeldende Kunst, werkte ook aan het zichtbaar en bespreekbaar maken van datacentra. In het boek Acid Clouds, Mapping Data Centre Topologies, dat hij samen met Jorinde Seijdel en Roel Backaert maakte, staan alle datacentra in Nederland. Naast foto’s en kaarten staan er interviews in met data-experts van verschillende achtergronden. Niels wilde laten zien dat data niet ergens zweeft in de ‘cloud’, maar afhankelijk is van fysieke infrastructuur. Hoe snel onze dataproductie en consumptie is toegenomen laat Niels zien aan de hand van een statistiek van de wereldwijde vraag naar dataopslag. Hij haalt tech-auteur Bruce Schneier aan die stelde: “Data is the pollution problem of the information age”.

Op het lijstje van gevolgen van datacenters voor de omgeving staan onder andere: uitstoot van broeikasgassen, lichtvervuiling, waterverbruik, warmte-uitstoot, elektronisch afval en sociale impact op gemeenschappen. De conclusie van Niels is dan ook dat veel meer belangen gewogen zouden moeten worden bij beleid rondom plaatsing en inpassing van datacentra.

Gerard Goudsmit - Beleidsafwegingen

Gerard Goudsmit is beleidsambtenaar bij het Ministerie van Economische Zaken en werkt aan beleid voor datacenters. Hij vertelt over de afwegingen die gemaakt worden rondom de datacentra in Middenmeer. Datacentra willen zich daar vestigen omdat de internetkabels uit de Noordzee hier ‘aanlanden’, omdat er veel ruimte is en al infrastructuur ligt voor de kassenbouw. Bewoners zijn niet blij dat de datacentra goede sier maken met hun groene stroomverbruik en het merendeel van de opbrengst van de windmolens verbruiken die in hun achtertuin staan. Twee maanden geleden zijn Google en Microsoft met bewoners in gesprek gegaan, weet Goudsmit.

Hebben we die reusachtige datacentra wel nodig? Moeten we als Nederland koploper willen zijn, vraagt Niels Schrader zich ondertussen af. “We zijn een klein landje, geen Verenigde Staten.” Joost Vos vindt het beleid van de gemeente Amsterdam, dat een moratorium op nieuwe datacenters heeft gezet, ‘naief’. “Voor de kenniseconomie en voor goed onderwijs hebben we die voorzieningen nodig”. 

Stijn Grove - Economisch belang

Stijn Grove, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor datacenters, mengt zich vanuit de zaal in het gesprek. “De discussie over datacentra gaat vaak over gevoel en emotie. Het belang voor de economie en samenleving zijn groot, en de feiten en cijfers moeten eerst op tafel. Rapport feiten en fabels over de data-industrie. R.o. economische planning en energieplanning gelijk op laten lopen. Daartoe heeft de vereniging een publicatie uitgebracht: ‘Feiten en fabels over de data-industrie’.

Gerard Goudsmit stelt dat er centrale regie nodig is op kunstmatige intelligentie en de vraag naar data. De houding van de rijksoverheid verschuift van terughoudend naar actiever. Maar nieuw beleid, is aan een nieuw kabinet. Niels Schrader heeft een laatste tip gericht aan de overheid en aan de datacentra zelf: zet de deuren open, maak het transparanter. We hebben verbeelding nodig om met meer belanghebbenden over de toekomst van datainfrastructuur na te denken.

Kennisvragen voor vervolgonderzoek

Het CRa en PBL nemen de volgende kennisvragen voor vervolgonderzoek mee uit deze sessie:

  • Waar komt onze ‘datahonger’ vandaan en is die te sturen? Met andere woorden, moet de datagroei altijd maar gefaciliteerd worden? En is de ontwikkeling bij datacentra naar meer en groter, te keren?
  • Welke data worden eigenlijk opgeslagen in de datacentra, en waarom die data op die locatie?
  • Hoe zou een publieke data-infrastructuur eruit kunnen zien?