Deze bijeenkomst werd georganiseerd door het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs en het Planbureau voor de Leefomgeving en vond plaats op 22 Januari 2026.

Interface – De impact van technologie op ons gebruik van de publieke ruimte

Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving Thijs van Spaandonk beschrijft het belang van de publieke ruimte, als plek waar we elkaar kunnen tegenkomen en ontmoeten, ook al is dat vluchtig. En over het belang voor een rommelige openbare ruimte, die plek laat voor eigen invulling en vormen van toe-eigening. Hoe zou digitale technologie daaraan kunnen bijdragen? Hij geeft een voorbeeld uit de science-fictionfilm Black Panther: Wakanda Forever, een beeld van een stad van de toekomst waar technologie ten dienste staat van mensen en het publiek domein, en niet andersom.  

Zijn aftrap sluit goed aan bij het onderzoeksproject ‘Hybride Publieke Ruimtes’ van Naomi Bueno de Mesquita en Hans Teerds van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Het project onderzoekt hoe de opkomst van digitale technologieën de aard, functie, toegankelijkheid en het gebruik van publieke ruimte verandert. Belangrijk daarbij is dat technologie niet als aparte ‘laag’ bovenop de fysieke ruimte wordt gezien. Publieke ruimte is per definitie hybride: het is een samenspel van fysieke plekken, digitale platforms, data-infrastructuur en interfaces.

Digitale technologie beïnvloedt gedrag, zichtbaarheid, ontmoeting en uitsluiting in de publieke ruimte. Hoe precies, daar wordt nog weinig onderzoek naar gedaan, terwijl publieke ruimte de infrastructuur is voor democratisch samenleven. Het is een ruimte voor publieke opinievorming, waar door de confrontatie tussen verscheidenheid inwoners elkaar leren kennen. De onderzoekers gebruiken drie perspectieven als analytische lens om verandering van de publieke ruimte te onderzoeken.  

Verschillende perspectieven

Het zelf-curerende perspectief – Fysieke plekken functioneren steeds vaker als zorgvuldig gekozen decor voor online profilering en het cureren van een digitaal zelfbeeld. Het online inloggen bij een concert is bijna belangrijker dan er te zijn en te luisteren. Vanuit de zaal komt de vraag of het zou kunnen zijn dat de digitale aanwezigheid de fysieke aanwezigheid juist versterkt – draagt de symbolische online waarde niet juist bij aan de waardering van de plek?  Digitale technologie verandert ook op minder waardengedreven manieren hoe we ons gedragen in de openbare ruimte, met een podcast in de koptelefoon lopen we anders.

Het identiteitsgedreven perspectief – Door sociale media functioneren ruimtes vaker als verlengstuk van gemeenschappen, zo wordt de homogeniteit in de openbare ruimte versterkt. Bijvoorbeeld bij protesten worden gebruikers met een andere opvatting steeds meer uitgesloten. Via sociale media worden  groepen aangetrokken die juist uit zijn op confrontatie. De stille middengroep wordt zo uitgesloten. Het lijkt alsof het toenemen van bevestigingsgerichte interacties binnen homogene gemeenschappen ervoor zorgt dat de samenleving zich moeilijker kan verhouden tot andere standpunten en perspectieven: we raken opgesloten in digitale bubbels die bevestigd worden in de fysieke leefomgeving. Ook de mechanismen van groepsvorming veranderen. Toegang tot de verschillende betekenissen van een plek wordt minder omdat de gemeenschappelijke achtergrondkennis om achter de betekenis te komen ontbreekt.

Het gecommercialiseerde perspectief – Digitale infrastructuur reduceert de noodzaak tot oriëntatie, improvisatie of confrontatie met het onbekende. De publieke ruimte wordt zo  efficiënt, voorspelbaar en afgestemd op individuele voorkeuren. Behalve bij ‘glitches’ in het digitale systeem, die zorgen voor ongemak in de ruimte. De digitale infrastructuur bepaalt steeds meer hoe de publieke ruimte wordt ingericht. Dit roept vragen op rond inclusiviteit: kunnen mensen zonder apps straks nog eten bestellen? Ook ontbreekt de coördinatie op de ruimteclaims van digitale platforms vaak, aangezien vergunningen vaak niet gevraagd worden. Denk aan het plaatsen van deelvervoer in de openbare ruimte, of aan bezorgdiensten.

Discussie

De presentatie van de voorlopige onderzoeksresultaten en de vragen uit het publiek leidden tot een levendige discussie. De drie perspectieven zetten aan tot nadenken. Vervolgvragen die opkwamen zijn:

  • Dat we door gebruik van digitale technologie tegelijkertijd ‘aanwezig’ en afwezig kunnen zijn, betekent ook dat we ons op meerdere plekken tegelijk kunnen bevinden. Wat betekent zo’n perspectief van gelijktijdigheid voor het ontwerp en gebruik van de openbare ruimte?
  • Uit het onderzoek blijkt dat de digitale en fysieke domeinen geen gescheiden werelden zijn, maar sterk verweven, hybride zelfs: hoe zou daar in beleids- en ontwerpvragen meer rekening mee gehouden kunnen worden?
  • En gaat het één ten koste van het ander, of voegen ze ook iets aan elkaar toe?
  • En misschien is er nog een vierde perspectief, dat van de surveillance: overheden, veiligheidsdiensten en in sommige gevallen bedrijven kunnen de openbare ruimte controleren via digitale middelen. Hoe beinvloedt dat het gedrag in de openbare ruimte?